PKD

Wat is dat, PKD?

PKD is een erfelijke nieraandoening. Vanaf de geboorte zijn er cysten aanwezig, in zowel beide nieren (in de meeste gevallen). Deze cysten zijn holtes gevuld met vocht, die uitgaan van het normale nierweefsel. Bij kittens zijn deze holtes meestal erg klein (1-2 mm). Naarmate de dieren ouder worden, nemen ze in omvang toe (+2 cm). De kans is bestaande dat er in één nier ongeveer 20-200 cysten kunnen zitten.

 

gezonde-nier-katten

Gezonde nier bij een kat

aangetaste-nier-katten

Aangetaste nier bij een kitten.

aangetaste-nier-volwassen-kat

Aangetaste nier met PKD bij een volwassen kat.

Ziekteverschijselen:

Of een kat al dan niet ziek wordt van PKD is afhankelijk van de grootte en het aantal cysten in beide nieren. Een dier gaat tekenen van nierfalen vertonen als de cysten te veel plaats innemen in de nier, zodat het normale nierweefsel als het ware verdrongen wordt. Op het moment dat er te weinig normaal nierweefsel overblijft, kunnen de nieren niet meer normaal functioneren en zal de kat ziek worden.

De eerste tekenen van de ziekte treden meestal op tussen 3 en 10 jaar, maar soms ook op veel jongere leeftijd. In het begin zijn de klachten dikwijls vaag. Een kat zal wat meer drinken en plassen, de eetlust gaat wat verminderen en de vacht ziet er wat dof uit. Als de nier- insufficiëntie vordert gaat het dier steeds minder eten, vermageren en eventueel beginnen braken.

Soms is er bloed bij de urine en er kan een zeer slechte muilgeur aanwezig zijn. Eens er nierfalen aanwezig is, kan dit niet meer genezen worden. Met een aangepaste behandeling kan met deze dieren wel nog een ganse tijd in leven houden. Belangrijk om weten is dat niet alle katten met PKD uiteindelijk in nierinsufficiëntie gaan. Dieren met weinig en/of zeer kleine cysten gaan nooit tekenen van PKD vertonen.

Behandeling van PKD:

Tot hiertoe bestaat er geen enkel middel om de ontwikkeling van PKD, dus de groei van de cysten tegen te gaan. Preventief kan er niets gedaan worden. PKD is genetisch bepaald en vererft dominant dus men moet zonder twijfel PKD-positief geteste dieren uitsluiten, en dus niet gebruiken voor de fok. Dit is jammer genoeg het enige wat je preventief kan ondernemen tegen deze aandoening.

Een behandeling moet enkel ingesteld worden als een kat symptomen van nierfalen ontwikkelt. Uitgedroogde en/of brakende dieren worden best enkele dagen aan een infuus gehouden. Eens de kat stabiel is, is een speciaal (nier)dieet de belangrijkste behandeling. Een nierdieet bevat een lager gehalte aan eiwitten en weinig fosfor.

Bij vergevorderde patiënten kan de dierenarts bijkomende medicatie geven, zoals maagzuurremmers, kaliumsupplementen en antibiotica indien nodig. Gemotiveerde eigenaars kunnen hun dieren thuis zelf vocht toedienen onder de huid. PKD komt niet alleen bij katten voor, maar ook bij mensen. Ook daar wordt gezocht naar een behandeling van deze afwijking, zodat er misschien in de toekomst toch een behandeling mogelijk zou worden.

Diagnose van PKD: 

Echografie de gemakkelijkste en meest betrouwbaarste manier om PKD te diagnosticeren. Het is belangrijk een echo te laten uitvoeren door een dierenarts die vertrouwd is met dergelijk onderzoek en die beschikt over de juiste apparatuur. De minimum leeftijd is 6 maanden. Men kan wel eerder testen dan 6 maanden, maar bij een PKD negatieve uitslag, heeft dit nog een beperkte waarde. Het onderzoek moet dan ook herhaald worden.

Vanaf een leeftijd van 10 maanden is de betrouwbaarheid van een echo onderzoek ongeveer 95%. En nog beter is om te testen vanaf het dier de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt. Een PKD onderzoek hoeft in principe niet herhaald te worden tenzij de uitslag twijfelachtig is, of indien het dier jonger is dan 6 maanden.